Deze pagina is in de maak!

 

 

Ook goeie morgen !!!

 

Als Henk s’ morgens wakker wordt door het gestommel van het grijze konijn is het eerste wat hij denkt KOFFIE .

Na zijn eerste slok grijpt hij naar de blauwe koektrommel die op tafel staat . Leeg !!

Dan maar brood. In de rode broodtrommel alleen maar kruimels .Zijn zoon Ed had gisteravond met dat feestbeest Arie en die griezel Jan allemaal van die gangmakers een aardig feestje gegeven en wat er nog in huis was om te eten was alleen een wortel met een oranje blos en beschimmelde haver voor het paard .

Henk opende de huiskamerdeur en wat hij hier aantrof zag er uit als een kleurboek overal bende.

In dit mannen huishouden werd er dus duidelijk niet binnen de lijntjes geleefd en Henk was ook niet van plan om zijn zoons rommel op te ruimen dat komt vanavond wel liever er uit en van de dag genieten .

Hij trok zijn laarzen aan en liep naar de stal en pakte het tuig van zijn renpaard die hinnikte als begroeting. Goeie morgen joh !!

Het paard liet zich gedwee opzadelen en in een draf vertrokken ze van het erf de frisse ochtend lucht in.

PLUK DE DAG !

 

 

 

 

Ben

Heel kort heb ik met iemand gespeeld die keeper was geweest bij een Noord-Afrikaans team dat meedong om de wereldtitel in de jaren negentig. Iedereen noemde hem bij zijn tussenvoegsel omdat dát makkelijker (godbetert!) was dan zijn voor- of achternaam: Ben. Een geweldige man met een triest verleden.

Cruijffie, want dat is makkelijker dan: Johan. Toen had je daar eveneens een Neeskens en Metgod van.

“Ben”.

Zijn werkelijke naam werd nagenoeg nooit genoemd.

Stel: je heet Francien van Klaveren. Iedereen noemt je: “van.”

Wij hadden vroeger op het dorp opeens mensen uit een buitenland terwijl het een kolonie genoemd werd...

 

 

 

ijspret

even sneeuw, een jongetje op een slee
wantjes bungelend aan een onzichtbaar draadje
hobbelglijdend over het smalle paadje
vader trekt de last voor twee
de winter echoot uit een ver verleden
de galm bevriest het stille water
de hoop kreunt in de ijle lucht: laat ‘r
een vorst dit winters rijk betreden
de slee stokt in het grijs bedekte zand
de ruiter schiet van zijn houten ros
belandt aan de zoom van het kale bos
één want triest onder de blote hand

gestrand in eendagssneeuw

 
©Piet Doedens

 

 

 

Ontdekking

op mijn avondwandelingen

onder ritselende populieren
in traag vallend avondlicht
drong het langzaam tot me door

iedere keer als ik daar liep
stond hij aan de kant van de donkere vijver
turend in het water zonder dat ik wist wat hij zag
nu staat hij er niet meer verdronken in zijn spiegelbeeld


©Piet Doedens

 

 

 

Ze vroegen me

Ze vroegen me te wachten

Ze vroegen me te gaan
Ze vroegen me te passen
in hun levendig bestaan
ze vroegen me te denken
in een trend van never end
maar vergaten me te zeggen dat je dan een ander bent 

en dat kan ik niet zijn want mijn vreugde en chagrijn
moeten immer en forever de mijne zijn

©Piet Doedens



 

 

 

 

 





















 

 

 

de nachten donker en verlaten
evenals mijn hart en hoofd
eens zo pril en uitgelaten
is nu het licht in mij gedoofd

de verlangens naar een wonder
om weer even terug te zijn
terug als onschuldig meisje
het hartje teer en o zo klein
 


deze pagina moet nog gevuld worden

 

Zomerstorm…..

We waren wel gewaarschuwd
met code geel en rood
de takken om je oren
de bomen in de goot

Zo gaat het als de storm
te vroeg komt in ’t seizoen
nog niet klaar voor het verval
de natuur nog veel te groen

Soms komt in het leven
de storm óók zo onverwacht
zonder code geel of rood
en echt niet aan gedacht

Pluk daarom de dagen
van je eigen levensboom
ze zijn allemaal van jou
geniet en leef en droom

Want de laatste storm wacht niet
die waait wanneer hij wil
hij blaast en raast en neemt  
daarna valt alles stil…….

© Nel Zuurbier

 

 

 

 

Hooi en  vork

 “Doe het lekker zelf”
Zei de vork tegen de berg hooi
“Ik loop hier te zweten en jij zit daar mooi”

“Het is te zwaar en veel te veel
Dat red ik in mijn eentje niet
Ik krijg hiervan een burn out, zoals je ziet”

De vork gooide het bijltje er bij neer
En zakte zwetend naar de grond
Waar hij, tegen de berg hooi, een steuntje vond

Hij rustte en rustte
Het hooi wachtte gelaten
Tot de vork opeens zei: “Hooi, wij moeten even praten”  

“Als ik jou in kleine stukjes deel,
En steeds een béétje mee ga dragen
Zullen we dan een nieuwe poging wagen?”

Zo gezegd was zo gedaan
Die ene berg hooi werd vele beetjes
Zo redden de vork en het hooi het met zijn tweetjes

Ze waren allebei tevreden,
Het was een wijze les
Als je het hooi verdeelt, verdeel je ook de stress! 

 

 

De langste dag

Ik kijk er elk jaar weer naar uit
de langste dag van ‘t jaar
ik hou van licht en warm en zon
dus die lange dag, daar verlang ik naar 

Vroeg uit de veren op die dag
ik hoor de vogeltjes  fluiten
en zo sta ik dan om half vijf
al stil genietend buiten 

Na een vroeg ontbijt pluk ik de dag
ik wandel, fiets en fluit
want deze allerlangste dag
die buit ik lekker uit 

’s Avonds daalt de zon heel zachtjes
ik koester elk straaltje licht
maar o, wat duurt dat dalen lang
mijn ogen vallen langzaam dicht

kijk, daarom kan ik in december
de  langste nacht ook wel waarderen
dan doe ik zélf het licht weer uit
als mijn ogen protesteren…

 

 

 

4 en 5 mei…..nooit voorbij

nooit voorbij
nooit vergeten
altijd doorgeven
altijd blijven weten
dat voor onze vrijheid
onze vrede
is gestreden
en geleden

nooit voorbij
nooit vergeten
altijd doorgeven
altijd blijven weten
hoe kostbaar vrijheid is
hoe mooi de vrede
er nooit toekomst is
zonder een verleden 

niet voorbij
niet vergeten
vieren we vrijheid
koesteren vrede
staan stil
om door te gaan
om zin te geven
aan alle verloren leven……

 

 

Siem de Haan

Jarenlang lazen we jouw rijmpjes
of verhaaltjes in ’t Westfries
waarin benen “biene” werden
en “niet eens” dat werd “genies”

Heel mooi kon je ons vertellen
over  dialect en sfeer
want Westfries is niet alleen een taaltje
Westfries, dat is veel meer

Westfries is nuchter
en soms heel kort door de bocht
het was jouw talent Siem
dat dat onder de mensen “brocht”

De droge humor en de “woishoid”
liet jij voor ons leven
je hebt dat jarenlang
“verskrikkeluk mooi opskreve”

“Nou legt je pen voor altoid stil,
’t blad bloift leeg, gien nuw gedicht
jouw boek van ’t leven
Is nou voor altoid dicht”

En als we nu je boeken lezen
dan moeten we vast effe “gloime”
Siem bedankt, je heb ’t mooi gedaan
je kon prachtig Westfries “roime”!!

 

 





















































b.o.t.e.r.b.l.o.e.m.

 

Ben nog nooit zo moe geweest

Onverwachts gaat hij naar huis

Tot niets meer in staat

Eindeloos moe

Raar vind ik het niet

Bedenk ik me nu

Laatst zag ik hem zitten

Onder een brug

Een klein zielig hoopje

Mens

 

© Marry Overtoom-Bruin

 

 

 

 

Bijzondere ontmoeting

 

vogels vliegen van ver, heel ver

vandaag vieren zij het voorjaar,

vol vreugde volgen zij elkaar

met vrachtjes vol veren.

 

zij voelen en kroelen, verbinden

een veelvoud van variaties

 

vergevingsgezind voeren zij

het koekoeksjong, want vader

is na zijn vrijage de vrijheid

tegemoet gevlogen

 

© Marry Overtoom-Bruin

 

 

 

 

 

 

Wachten en waken

 

Je bent ons eerste

kind. Ik zie je nog

komen, glijden uit

mijn warme lijf. Welkom

op de wereld, in ons

hart, in ons huis, in

ons leven.

Jij kijkt om je heen,

kiest en deelt. Wij

wachten, wij lijden

met lange en korte ei.

Wij wachten, zien en

zwaaien. Wij wachten en

weten dat welke keuzes

jij ook maakt, wij zullen er

altijd voor je zijn. Door jou

werden wij ouder. Wij

zullen altijd op je wachten

en waken.

 

 

 

 

Zwart-wit

 

Als het leven tegenzit

zie je alles in zwart/wit

Je ziet dan helemaal geen kleuren,

je  laat het allemaal gebeuren.

 

Heel de wereld lijkt grijs en grauw

maar  dan, midden in de winter, na een poos

zie je plotseling een roos

die bloeit dan speciaal voor jou!

 

© Marry Overtoom-Bruin

 

 

Veerkracht

Op een koude wintermorgen in het jaar 1928 vraagt een moeder aan Agie, haar negenjarige dochter, voor zij naar school gaat wat zij graag  hebben wil. Het meisje vraagt een warme jas zodat ze niet steeds kranten onder haar dunne jas hoeft te stoppen. Bij thuiskomst wordt het meisje door een buurvrouw opgevangen. Haar moeder ligt in bed en er ligt een zusje in de wieg. Agie wordt al gauw Zus genoemd en zorgt voor moeder en het hele gezin. Als zij vijftien jaar is, wordt zij uit werken gestuurd. Dat zal Agie haar hele leven blijven doen.

Zij ontmoet in een koude winter, tijdens het schoonrijden op de schaats, haar aanstaande man. De geliefden wachten met trouwen tot de oorlog voorbij is. Dan vinden zij een houten schuur, waar beneden de werkruimte is voor haar man en boven onder het schuine dak  hun woning.

Veerkracht, dat heeft zij! Steeds de ladder op- en afgaan, luiers uitkoken van vijf kinderen, vijf kinderen die haar zorg en liefde nodig hebben, alsook haar man, die nadat zij van haar rust genoten heeft tijdens het derde kraambed, een hartaanval krijgt en bedrust voorgeschreven krijgt.

Veerkracht, dat heeft zij, als je bedenkt met hoe weinig middelen een arm tuindersgezin  moet zien rond te komen, een zieke man moet verzorgen onder het schuine dak van een koolschuur. Na de geboorte van het zesde kind kunnen zij een nieuwe woning betrekken. Een woning met een royale woonkamer, keuken, zelfs een toilet en vier slaapkamers. Zij hoeft niet meer bij nacht en ontij de po te legen op afstand achter  de schuur.

Veerkracht, dat heeft zij als ze bemerkt dat mensen jaloers zijn op haar verworven domein. Jaloers zijn de mensen hoe  zij genieten kan  van een busreis naar Alkmaar om haar  man in het ziekenhuis te bezoeken. Het zijn haar enige uitstapjes en zij maakt er het beste van. Altijd zorgt zij voor haar man en opgroeiend gezin. Ze gaat met een pannetje soep naar een zieke buurvrouw, iedereen kan altijd een beroep op haar doen. Zij houdt rekening met ieders wensen. De kinderen trouwen en gaan het huis uit.

Veerkracht, dat heeft zij als zij, samen met haar man,  het nieuws aanhoort  dat hun dochter op 28-jarige leeftijd is overleden na een ernstig ongeval. Hun dochter laat een man en drie jonge kinderen achter van twee, vier en zes jaar. Zij steunt het getroffen gezin waar mogelijk en laat haar eigen verdriet niet blijken. Zo leeft zij verder met haar zieke man tot zijn overlijden.

Veerkracht, dat heeft ze als ze alleen achterblijft. Ze hoeft alleen nog voor zichzelf te zorgen en dat doet zij. Ze maakt uitstapjes met bus en trein, met vriendinnen en gaat op zwemles. Ze leert wat de betekenis is van haar naam: Aagje. Waarom nieuwsgierig Aagje? De heilige Agatha, van wie haar naam afstamt, heeft bij haar man, een belangrijk vorst, er op aangedrongen dat hij het volk zal bevrijden wat door laster onderdrukt werd. Zij heeft de waarheid met haar wilskracht en veerkracht boven tafel gekregen. Een voorvechtster van het volk.

Net als de heilige Agatha heeft Agie veerkracht getoond. Mijn moeder!

©  17 april ’16

 

 

  

Een extra dag,  29 februari

Dit jaar vieren wij  weer schrikkeldag. Voor mij een bijzonder jaar, mijn vader zou zijn 25e verjaardag gevierd hebben. Vroeger was het feest, groot feest. We hebben het meegemaakt, dat de burgemeester langs kwam om de jarige persoonlijk te feliciteren. Mijn vader was verguld! Ook gebeurde het dat vader zijn  verjaardag in het ziekenhuis vierde. 

Vader had een ernstige hartaandoening, waarvoor hij behandeld werd in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. De zusters hadden zijn bed versierd met ballonnen en slingers en op de deur van zijn zaal hadden ze het getal 13 in kleurige cijfers op een mooi vel geschreven. De jarige lag te glunderen in zijn bed. Wat schetste onze verbazing? Een deur verder lag een meneer die dezelfde dag 14 jaar werd  en op een andere afdeling vierde  een mevrouw haar 15e verjaardag. Feest in het ziekenhuis!

Bij ons thuis werd  een pakketje afgegeven met de felicitaties van het college van burgemeester en wethouders. Daar was mijn moeder blij mee. Immers, dat kostte haar geen tijd om bij het bezoek  te zitten en hoefde zij ook geen sigaar te presenteren. Want we waren een groot en arm gezin. Als kind  had ik daar weinig van gemerkt, we waren niet anders dan andere gezinnen in ons dorp.

Alleen hadden wij een bijzondere vader en zijn verjaardag werd groots gevierd, eens in de vier jaar. Nu gaan wij weer zijn verjaardag vieren. De jarige wordt herdacht door zijn hele familie, zijn kleinkinderen organiseren een gezellige reünie.

 

 

 

 

Broer

De titel van het Boekenweekgeschenk.

Misschien denk je  dan aan je broer, die je hebt of graag zou willen hebben. Als ik denk aan mijn broers, ik heb er drie, denk ik het eerst aan mijn oudste broer. Mijn  broers zijn verschillend, natuurlijk. Ieder mens is uniek. Als klein meisje heb ik me altijd veilig gevoeld bij mijn oudste broer. Er kan mij niets gebeuren als hij in de buurt is. Ook weet hij altijd raad, dat is tenminste wat ik denk. Of hij zich daar zelf van bewust is, weet ik niet. Als ik in de pubertijd kom, gaan wij tweemaal in de week ’s avonds een rondje lopen van een uur lang. We praten en praten, we raken nooit uitgepraat. Dat was vroeger zo en dat is nog steeds zo. Alleen lopen we niet meer tweemaal per week met elkaar. We hebben inmiddels allebei een gezin, ons leven is veranderd, maar niet onze verhouding tot elkaar. Die blijft. Dat weten onze partners ook.

Laatst waren we op een verjaardag bij onze oudste zus. We hadden elkaar een poosje niet gezien dus waren volop in gesprek tot de jarige vroeg of het niet wat zachter kon. We keken elkaar aan, zij heeft nooit zo’n band gehad met haar eigen broers.
Nu zijn onze kinderen volwassen. Komen gelukkig regelmatig thuis en laatst vroeg onze dochter aan haar broer: ‘Zullen wij op een avond  samen een rondje lopen?’
En dat gebeurt nu af en toe. Ze vinden het allebei leuk en ik begrijp dat. Ik herken dat gevoel.

 

 

 

 

Skoene kope

De tillefoôn gaat, Ans belt of ze strakkies mee wul voor ’n boskip. Nei, deer het Greet hillegaar gien zin an. Ze het soches deur huis gnappies doorwerkt en deer wul ze nou effies van geniete. Lekker achterover in de luie stoel. Maar Ans houdt an en zoit dat ’t lekker weer is voor ’n ritje op de fiets. Dat Greet gaat overstag, pakt heur pin en tas en den gane de woifies, lekker in ’t zontje. Bai ’t winkelcentrum zoit Greet teugen Ans dat ze nuwe skoene hewwe wul. Die ze nou an d’r biene het, benne van kunststof en de zoôl het d’r man net nag loimd. Dat ze gane met mekaar de skoenewinkel binnen. De verkoopstert loit de dames lekker rondkoike en as Greet ’n paar mooie stappers vonden het, vraagt ze of alles naar wens is. nou nei, Greet wul ok de linkerskoen  wel passe. Maar de verkoopster wacht ’t eerst of en koikt of de maat wel goed is, dernei koikt ze wel voor d’are skoen. Onderwoil het Ans al ’n paar are skoene vonden en die wul Greet ok wel passe. Ze het ’n zwarte antrokken en die bruine staat d’r ok wel an. Den gaat ’t grietje toch nei achteren en beprate de woifies wat Greet kope zal. Maar Greet ken niet beslisse en koikt d’rs in de rondte en ziet nag veul meer. ’t Komt zo of dat Greet vier paar skoene koopt. Maar weer leit ze die?! Ze benne op de fiets en vier grôte skoenedoze… Greet zoit teugen de verkoopster dat ze nei ’n toidje wel trug komt en dat ze eerst nag effies vedder koikt. Of de verkoopster de skoene efkes achter zette wul.

Greet is mazzel. Ze benne nag amperan de winkel uit of Ans ziet kennis, ’t snaartje van Greet. ‘Moid, deer hew je Miep! Hoe zou die hier komme weze?’ Dat Greet stapt op heur of en zoit: ‘Miep, ok lekker an ’t winkele? Bè-je op de fiets?’ Maar nei, Miep is effe op ’n heen-en-weer met de auto gaan. Dat Greet vertelt van d’r ankope, vier dôze met skoene en of Miep die met de auto meeneme wul. Miep zoit dat ze den efkes wachte moet want ze gaat eerstens nei ’n luchieswinkel en dernei loopt ze wel mee nei de parkeerplaas. Ze denkt bai d’r oige: ‘Moid, moid’, wat bè-je toch ’n grôte stos’, maar ze zoit niks en brengt de skoene allegaar bai ’t huis van Greet en belt an. As den de man van Greet open doet en de stapel skoene ziet, zoit ie teugen Miep: ‘Noh, zat ze zonder?!’

 

 

 

Denkend aan Waarland
zie ik de toren van de kerk
hoog boven huizen en bomen staan.

De school en de kroeg, iets verder weg,
zij blijven bestaan;
van welke woonplaats die ander komt
‘Kom je uit Waarland vandaan?
Dat kan je wel horen’.

Dat dorp, al eeuwenoud, bereik je
slechts over een brug,
uit alle windstreken vandaan.
En waar je ook naar toe wilt gaan, je komt
steeds weer terug voor de spouwers
die de bakker met kermis bakt,
of de biefstuk van de slagerij die
steeds overgaat van vader
op zoon; of de visboer,
die zijn plekje gevonden heeft
voor de VéGé van weleer.

De mensen zijn vriendelijk, tot helpen
bereid en ze besteden alle tijd om alles
van je te weten, dat is hun aard.

En ik weet, ik blijf een Waarlandse,
toch woon ik al ruim veertig jaar
in de Waard

 

 

Swierfrugt

 

O Swierfrugt,

gij lekker ding

Maak mij blij en zing

van swieren en frugten

en alle genugten

dat bij een Swierfrugt hoort.

 

Gij Swierfrugt

gooit alle grammatica

blijmoedig overboord.

Daarvan wil ik zingen

met letters omringen

Lekker swieren

en frugten

met alle genugten

die bij jou,

Swierfrugt,

hoort

 

 

 

 

 

De toekomst is nu
 
De toekomst is nu,
vandaag is het heden

Heden vervul ik een opdracht,
opdracht tot schrijven

Schrijven met een thema,
thema zet mij aan tot denken

Denken waar ik mee bezig ben,
ben blij met mijn schrijfvriendinnen

Schrijfvrienden die me stimuleren,
stimuleren dat ik bezig blijf

Blijf schrijven!
Nu, vandaag, de toekomst is nu

 

 

 

 













 

 

Helder als glas

 

Durf te reizen in het verleden

heen en terug naar het heden

wat geeft dat mij, de reiziger

die herkent, verkeerde keuzes maakt

van recht en onrecht beelden maakt

gekwetst geluk, verlies en winst

geboorte, dood, verfoeid, bemint

je gaat gebukt of fier rechtop

fragmenten zijn geregen

van stilstaan en bewegen

hoe het is en hoe het was

het maakt alles helder als glas

 

©Marrie Jansen

 

 

 

Ik kleur de wolken roze
teken morgenstond en avondrood

groen rijmt mijn gedachten
geeft sfeer en ambiance

kleur bloemen in  rood, oranje
geel

de campanula schiet als onkruid
maakt mijn zinnen paars
en minder zwaar

de nacht tint donker, grijs
die lange zwarte nacht na nacht

de nacht die mij niet deren kan
bedenk ik wijs

wolken zwijgen….

Het regent zonnestralen vandaag!

 

©Joyce Schipper

 

 

 

 

Ik hou van juli, augustus ook, van allebei, net
als juni wanneer het zonnetje schijnt
lange dagen lome nachten fruit dat rijpt

Ik hou van fruit, de bitterheid van een
grapefruit, de zoetheid van de banaan,
aardbeien door de yoghurt

Ik hou van dat wat groeit en bloeit, groter
wordt en sterker ook tot het wordt geplukt
voor de oogst

Zodat  we de vitamines kunnen bewaren.
Ik hou van juli, augustus ook, van allebei net
als juni maar het meeste toch van mei.

©Joyce Snijders Schipper

 

 

 

Windstilte

Ik zal wachten op de wind
die mij los maakt van wat ik
vasthoud
Ik zal dan vliegen zonder
vleugels, galopperen
in de lucht
met de wolken als stille
getuigen
zal ik vluchten naar daar
waar wind stilte is



 
**********



Theedrinken

Trillend als een espenblad

Onzeker haar weg te vinden

Theekopje vastgepakt

Pruttelend zucht zij belletjes

Drinkt dorstig van de koude thee

Haar medicijn die zij even was vergeten





**********

 

 

Lente viert hoogtij

zon verwarmt weer, ik fleur op

Zonovergoten


 

**********

 

 

 

‘Jeugdherinnering’

 

Ik zie mijn oma de boontjes doppen
in de keuken waar geen kachel was
gordijntjes half open
tafelkleed die voor zondag was
mijn opa die bid voor het eten, oma
niet en ik doe iets wat er op lijkt
met mijn ogen dicht 

Het huisje op de dijk, waar
buiten spelen een feestje was
de koekoek die roept bij het
aanbreken van de dag
spelen met poppen in het hoge
gras leven in mijn grote kleine
wereld oneindig veel plezier

O en stout kon ik ook soms zijn
te dicht bij de waterkant van het
Noord Hollands kanaal
schaatsen onder de brug waar het
ijs nog zwak was
ik hield van ze, mijn opa en oma
en van het huis op nummer 3 



 

**********

 

Zie ook :

http://vlinderjoyce.blogspot.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 






















 

 

 

Op een kievit

 

Op Nieuwjaar in een Friese wei

hoorde ik dat een kievit zei:

"Ik leg gauw het eerste kievitsei

en haal dan TV en pers erbij,

dat geeft enorme stampij."

Zijn echtgenote keek niet blij

en sprak: "Het leggen is een taak voor mij.

Jij kan dat niet, jij bent een hij."

 

 

 

Op een vinkenpaar

 

Een vinkenpaar uit Zevenaar

zat op een hekje naast elkaar

zich stierlijk te vervelen.

Zij keek naar hem, hij zei tot haar:

"Laten w'op die telefoondraad daar

voor luistervinkje spelen."

 

 

 

Op een trompetist

 

Een jazz-trompetist uit Zuid-Laren

bereikte de leeftijd van honderdtwee jaren.

Hij was nog heel vief,

maar al jaren op non-actief.

Toch heeft hij, 't zal u verbazen,

onlangs wel de kraaienmars geblazen.

 

 

Limerick

 

Een ventje in Ter Apel

had kerkboeken, een hele stapel.

Alle met goud op snee,

daar pronkte hij mee

elke zondag in de kapel.

 

 

 

De danskampioen

 

Een muziekfanaat in Buurmalsen

hield nog het allermeeste van walsen.

Ja, walsen waren zijn grootste lol.

Maar het werd hem echter toch te dol,

toen hij nog niet zo lang geleden

door een wals werd platgereden.

 

 

 

De poes en de kater

 

Zonder poespas zei een poes pas

tot een kat dat hij een snoes was.

Deze dacht dat dit een smoes was

daar de poes in paringsroes was.

Daarom zei hij gegeneerd:

"Hoe je het ook went of keert,

paren gaat niet meer gesmeerd,

ik ben helaas gekatstreerd."

 

 

 

Op een kater

 

In Arnhem was een kater

die lustte wel een slok.

Hij dronk zijn bier als water,

maar 's ochtends kwam de schok:

toen had de kat een kater.

En voordat die weer vertrok,

was het wel uren later

en tijd weer voor een slok.

 

 

 

Op een pissebed

 

Een pissebed uit 't dorpje Chaam

gruwde van zijn vieze naam.

Hij liet aan intimi vaak weten:

" 'k Zou liever anders willen heten.

Je moest eens weten hoe ik me geneer,

want het hele dorp kijkt op me neer."

Hij verhuisde daarom naar een huis op stand

en noemt zich nu urineledikant.

 

 

 

Op een kameel

 

Een kameel in Burgers Zoo

was zijn tweede bult zo moe

dat hij hem liet amputeren

en dat leek hem niet te deren.

Bezoekers zeiden: "Kijk nou daar is,

daar loopt nou een dromedaris."

 

 

 

 

 

 

Het misverstand

Jaap was een man van weinig woorden. Hij zei niet veel, dat was bekend.
Maar naast zijn zwijgzaamheid was Japie een door en door geschikte vent.
Maar Mien, Jaaps vrouw, was juist heel anders, haar mond stond geen minuutje stil.
Jaap vond dit best, maar als 't te gek werd kneep hij haar zachtjes in haar bil
als teken om eens wat te dimmen, als stille wenk dus zo gezegd.
Jaap hield wel van dat billen knijpen, als afspraak was het ook niet slecht. 

Maar laatst op een verjaardagsfeestje toen liep dat gillend uit de hand.
Jaap had al flink wat bier gedronken, was niet meer goed bij zijn verstand.
Vrouw Mien was weer eens flink aan 't kletsen, Jaap dacht: "Ik knijp haar in haar bil,
dan snapt ze dat ze wat moet dimmen. Zo krijg ik haar wel even stil."
Maar alle billen leken eender in Japies niet meer scherpe blik.
Hij koos op goed geluk twee billen, en kreeg daarbij gelijk een kick. 

Het waren zachte, ronde billen, veel lekkerder dan van zijn vrouw.
Hij kneep erin, maar nogal krachtig. Een diepe mannenstem bromde: "Au!"
Er viel een dodelijke stilte en toen pas had ons Japie door
in wiens billen hij had geknepen: de billen van Meneer Pastoor.

 

 

Op een nonnetje

Een nonnetje in Paterswolde,

die nogal eens met paters dolde,

viel plots door de mand,

want men vond het een schand,

toen haar habijt aan de voorkant zo bolde.

 

 

De poes en de kater

Zonder poespas zei een poes pas

tot een kat dat hij een snoes was.

Deze dacht dat dit een smoes was

daar de poes in paringsroes was.

Daarom zei hij gegeneerd:

"Hoe je het ook went of keert,

paren gaat niet meer gesmeerd,

ik ben helaas gekatstreerd."

 

 

Op een kater

In Arnhem was een kater

die lustte wel een slok.

Hij dronk zijn bier als water,

maar 's ochtends kwam de schok:

toen had de kat een kater.

En voordat die weer vertrok,

was het wel uren later

en tijd weer voor een slok.

 

 

Gemok in het kippenhok

Bij Boer Piet in het kippenhok

was het een en al gemok.

De oude haan was dood gegaan;

nu was er wel een nieuwe haan,

maar die onttrok zich aan zijn taak:

al wekenlang geen seksvermaak.

"Ach lieve haan," zei een jonge hen,

"Neem mij toch zoals ik ben."

"Geen kwestie van," zo sprak de haan,

"Je hebt nog al je veren aan."

 

 

Dromen 

Wat zijn eigenlijk onze dromen?
Wensen die niet uit gaan komen!
Dromen zijn ons geheim begeren
naar iets dat we overdag ontberen.
Ik beleef in de uren van de nacht,
waar ik soms vergeefs naar smacht.
Dromen, zegt men, zijn bedrog.
Dat kan wel zo zijn, maar toch ….. 

Laat me dromen dat mijn dromen,
ooit nog eens uit mogen komen. 

 

 

Bloem en bij 

Een bloem, een bloem, een boterbloem.
Een bij, een bij, een bij, zoem, zoem.
't Verhaal der bloemetjes en bijtjes,
er wordt wat afgevreeën in de weitjes.

Maar het nadeel van het natte gras
merkten alleen Marietje en haar Bas.

 

 

 

 

Bode der Lente

Narcissus poeticus

Bloem van Schrijvenswaard